12 jun 2026
Uit de inNOVE 2026#2 VRAAGBAAK:
Vragen over wet- en regelgeving, nieuwe brandstofalternatieven, ondernemen, enzovoort. U kunt ermee terecht bij het secretariaat van NOVE. In deze rubriek behandelen we een vraag die is gesteld aan het NOVE-secretariaat.
Bij veel vragen, is het van belang te weten wie en waarom de vraag gesteld wordt. Het goed formuleren van de vraag, helpt met het vinden van het antwoord.
De beantwoording is richtinggevend geformuleerd, niet voor juristen, maar om globaal inzicht te geven.
Mogelijk antwoord van een brandstofleverancier aan een eindgebruiker.
Een brandstofhandelaar die levert aan een eindgebruiker, levert brandstoffen die al belast zijn met accijns. Deze brandstof is in het vrije (handels) verkeer. De voorleverancier, veelal een houder van een Accijns Goederen Plaats (AGP) heeft de accijnzen afgedragen aan de Fiscus. De brandstofleverancier, veelal een (kleinere) brandstofhandelaar zonder AGP of een verkoopafdeling van een grotere brandstofhandelaar met AGP, koopt dus van de AGP-houder. De verkooprijs van de brandstofleverancier aan de eindgebruiker is simpelweg opgebouwd uit zijn inkoopprijs met daarbij opgeteld de kosten voor de distributie en overhead. De distributie kan zijn middels een tankwagen/bunkerboot of middels een tankstation/bunkerwinkelschip. Deze middelen kosten aanschaf en onderhoud, alsmede de salarissen van de medewerkers die de fysieke levering mogelijk maken. Opgeteld daarbij een gezonde marge. Uit de verkoopprijs moeten alle interne kosten betaald worden, zoals de overhead, maar ook bijvoorbeeld het bedrag wat voor de veiling van de locatie aan een Rijkswegtankstation is betaald, die in 15 jaar moet worden terugverdiend. Maar ook de kosten voor de handelingen en risico’s die onze branche doet voor het Ministerie van Financiën, zoals het innen van de accijns en de risico’s hiervoor dragen. Dit deel van de kostprijs is veelal bekend, ook bij uw klanten.
Wat antwoordt de ‘grote(re)’ handelaar, met AGP?
Dat wordt het meteen een stuk lastiger, want opeens zijn er meer verplichtingen.
Ook hier natuurlijk de inkoopprijs voor zijn voorleverancier, maar nu meer uitgesplitst in de inkoopprijs van het fossiele product, zeg maar de ‘standaard’ benzine of diesel. Echter dan komt ook nog de verplichting van RED, FQD en ETS om de hoek kijken. De brandstoffenhandel is opgedragen te verduurzamen, middels de uitstoot van fossiele broeikasgassen te verminderen, 1-op-1 gekoppeld aan het verbranden van fossiele brandstoffen. Gebruik van duurzame brandstoffen wordt daarom gestimuleerd. Een AGP-houder moet hiervoor ook gaan ‘rekenen’ met Emissie Reductie Eenheden (ERE’s) die verhandeld worden. Als AGP-houder kan je op dit handelsplatform aan twee kanten staan. Als koper of als verkoper. Als hij meer dan de verplichting, fysiek bijmengt van bijvoorbeeld ethanol aan benzine of FAME/HVO aan diesel, dan je het meerdere als ERE’s verkopen, aan een AGP-houder die niet of te weinig bijmengt. Dat klinkt ‘eenvoudig’, maar de standaard benzine bevat maximaal 10% ethanol en de diesel 7% FAME, die is veel lager, dan de opgelegde Europese verplichting. Er moeten dus meer ERE’s worden gecreëerd door hogere blends met duurzame brandstoffen of doormiddel van biogas of duurzaam opgewekte elektriciteit.
Wat antwoordt een nieuwe leverancier van ERE’s?
De kosten zitten grotendeels in de aanschaf en installeren van de zonnepanelen, windmolens of vergistingsinstallaties. Heb je dat alles voor elkaar, kan kost het opwekken van energie waarschijnlijk niet zo veel meer, uitdagingen zijn dan wel weer het (tijdelijk) opslaan van de energie, als er geen vraag is. Met de opgewekte duurzame energie kunnen ERE’s genereerd worden. Nieuwe partijen in deze markt kunnen bijvoorbeeld een groot logistiek bedrijf/distributiecentrum zijn met veel zonnepanelen, maar ook een groep particulieren. Bij deze laatste loopt het dan via een inboekdienst-verlener. Diverse NOVE-leden zijn ook in dit nieuwe segment actief.
Geen eenduidig antwoord van de overheid (dubieuze dubbelrol?)
Het Ministerie Financiën is gebaat met eindgebruikers die veel accijns betalen, in dit geval gekoppeld aan brandstof. De ‘move’ om personenwagendiesels in de ban te doen, is daarom begrijpelijk. Een zuinige dieselmotor die 4 liter per 100 kilometer verbruikt, is grofweg te vergelijken met een zelfde auto met zuinige benzinemotor die 5 liter verbruikt. Elke 100 kilometer levert de benzineauto € 4,25 aan accijns op, waarbij de diesel slechts € 2.24 in het laadje brengt. Hoewel bij de verbranding van een liter benzine ten opzicht van diesel minder CO2 vrij komt, resulteert dit simpele rekenvoorbeeld door het meerverbruik aan benzine tot 10% meer CO2 uitstoot ten opzicht van de dieselvariant. Voor Financiën lijkt dit niet relevant.
De ministeries die belast zijn met milieu zien het liefst zo min mogelijk verbrandingsmotoren, zeker als deze ook nog fossiele brandstoffen gebruiken. Voor hun CO2-boekhouding is het positief als er zo min mogelijk verbranding plaatsvindt van brandstof waarop Nederlandse accijns. Want dat telt voor ons Nederlandse conto. Buitenlandse liters die verbrand worden, zijn boekhoudkundig niet het probleem van dit departement.
Wat kost (niet) verduurzamen en wat levert het op?
Wat het kost energie in de portemonnee en wie het betaald, is een mix tussen korte en lange termijn.
Redelijk onafhankelijk en zelfvoorzienend werd de Nederlandse huishoudenergie, voorheen grotendeels voorzien vanuit onze eigen Nederlandse steenkolen. Later is dit ten koste van veel van onze leden ‘overgezet’ op veel schoner probleemloos eigen aardgas. In Limburg geen kompels meer in de stoffige mijnen en betrekkelijk weinig bodembeweging aldaar. Doordat in de tijd die volgende, de energievraag enorm toenam door de toegenomen mobiliteit, hebben een groot deel van de NOVE-leden hier met vallen en opstaan succesvol ingespeeld.
Dat voor niet alle Groningers het Nederlandse aardgas probleemloos was, is nu de realiteit. Het aardgas als LNG aanvoeren uit een (on)betrouwbaar buitenland is (g)een oplossing, waarbij met de kennis van nu wat tussen haakjes staat al dan niet kan worden aangevuld.
Goed en bewust omgaan met energie kost zeker kennis, moeite, samenwerking en afstemming, zeker met de buren. Lees voor buren ook buurlanden, collega-transportbedrijven, olie-/energieleveranciers en noem maar op.
Verduurzamen, niet in overleg of samen met de buurlanden, stimuleert tank- en bunkertoerisme, wat waarschijnlijk extra fossiele broeikasgassen op, die niet bij de grens stoppen. En elke liter die in het buitenland getankt wordt, levert het Nederlandse Ministerie van Financiën niets op.